Thema: Relatie MR–toezichthouder

3. De toezichthouder is aanspreekbaar

De toezichthouder vervult zijn taak onafhankelijk van het schoolbestuur en houdt het halfjaarlijks gesprek met de MR over de hoofdlijnen van het beleid, het functioneren van de medezeggenschap en de prestaties van het schoolbestuur. Bij disfunctioneren van het schoolbestuur attendeert de MR de toezichthouder op de situatie. ​

Achtergrond:
De positie van de toezichthouder vergt een grotere afstand tot de dagelijkse praktijk, al zijn de toezichthouders wel degelijk geïnteresseerd in de gang van zaken. Volgens de codes goed bestuur moet de toezichthouder zijn toezichthoudende taak onafhankelijk van het bestuur vervullen. In het primair onderwijs vermeldt de code nog dat de toezichthouder zijn informatie niet uitsluitend bij het schoolbestuur moet halen, een algemeen aanvaarde norm. Net als de bestuurder dient ook de toezichthouder daartoe een betrokken relatie te onderhouden met de medezeggenschapsorganen in zijn instelling. Sinds de invoering van de Wet versterking bestuurskracht dienen toezichthouder en de medezeggenschap tenminste twee keer per jaar overleg te voeren. Of daar ook een vertegenwoordiger van de dagelijkse leiding bij aanwezig is, bepalen de MR en de toezichthouder samen. De halfjaarlijkse bespreking kan onderwerpen behandelen als de hoofdlijnen van het beleid, de financiële stand van zaken, het functioneren van de medezeggenschap en het functioneren alsmede de beloning van de leden van het schoolbestuur.
Informele contacten tussen MR-leden en toezichthouders op nieuwjaarsbijeenkomsten en andere vieringen kunnen zeer positief werken op de onderlinge relatie, maar zijn geen vervanging van het gestructureerde overleg.  
De toezichthouder blijft steeds op gepaste afstand van de dagelijkse gang van zaken, die het domein is van schoolbestuur en schoolleiding. Wanneer er echter iets echt mis dreigt te gaan en de verantwoordelijke bestuurder(s) niet optreden of inadequaat handelen, kan de MR zich ook tussentijds wenden tot de toezichthouder, net als iedere andere betrokkene bij de instelling. De toezichthouder zal dan een grondige, expliciete en transparante afweging maken of hij hier een rol voor zich ziet weggelegd. Daarmee geeft hij invulling aan het onafhankelijk opereren ten opzichte van de bestuurder. Het verdient aanbeveling in het medezeggenschapsreglement en/of -statuut een procedure op te nemen voor zo’n beroep op de toezichthouder, zodat duidelijk is dat de mogelijkheid bestaat. 
Naast het halfjaarlijkse overleg is de relatie toezichthouder – medezeggenschap ook vorm gegeven via het adviesrecht van de (G)MR over de profielen van de toezichthouders. En met het voordrachtsrecht voor de MR van een lid in een Raad van Toezicht. 

Zie ook de handreiking Overleg met de Toezichthouder, 

https://infowms.nl/content/handreiking-overleg-met-de-toezichthouder