Medezeggenschap en Wetsvoorstel over afschaffing fusietoets

Op 30 november 2018 is het wetsvoorstel over de afschaffing van de fusietoets in het funderend onderwijs naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel regelt dat er geen fusietoets meer plaatsvindt op fusies in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Daardoor krijgen schoolbesturen meer ruimte voor lokale samenwerking zonder dat de Minister hier nog in zal treden. Verregaande samenwerking tussen schoolbesturen is in sommige situaties noodzakelijk om een breed en divers onderwijsaanbod in stand te houden, bijvoorbeeld bij dalende leerlingenaantallen. Het wetsvoorstel biedt besturen ook meer mogelijkheden om kleinere scholen open te houden.

Het afschaffen van de fusietoets past binnen het bredere streven van het huidige kabinet om de horizontale verantwoording binnen het onderwijs te versterken. Hier past niet langer bij dat de Minister een eindoordeel velt over een fusie, waar de medezeggenschapsraad al mee heeft ingestemd. De toelichting bij het wetsvoorstel benadrukt opnieuw de rol van de medezeggenschap bij fusies.

Wijziging Wms

Het wetsvoorstel bevat ook een wijziging van de Wet medezeggenschap op scholen (Wms). Dit betreft een technische wijziging. De verwijzingen naar de artikelen over de fusie-effectrapportage in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra worden aangepast (wijziging van ​artikel 10, eerste lid, onderdeel h Wms).

Verplichte fusie-effectrapportage en instemmingsrecht (G)MR blijven behouden

De fusie-effectrapportage blijft onder de nieuwe wet bestaan. Deze rapportage vormt de basis voor het gesprek op lokaal niveau. Ook het instemmingsrecht van de (G)MR bij fusies verandert niet.

Het instemmingsrecht van (G)MR's is een belangrijk onderdeel van de checks and balances rond fusie. Met behulp van de fusie-effectrapportage kunnen zij de voorgenomen fusie kritisch tegen het licht houden. De instemming van de medezeggenschapsraden is een noodzakelijke voorwaarde voor de fusie.

Welke rechten heeft de (G)MR ten aanzien van fusie?

De (G)MR heeft bij een voorgenomen fusie de volgende bevoegdheden:

  • instemmingsrecht ten aanzien van een besluit over de overdracht en fusie van de school (art. 10 lid 1 onder h Wms);
  • instemmingsrecht ten aanzien van de fusie-effectrapportage (art. 10 lid 1 onder h Wms).

Verder houdt het informatierecht van de (G)MR in dat het bevoegd gezag (schoolbestuur) de (G)MR tijdig moet informeren als het bestuur een fusie overweegt (art. 8 lid 1 en lid 2 onder a Wms).
Op grond van het initiatiefrecht kan de (G)MR, de personeels- of ouder(/leerling)geleding een alternatief voorstel voor de fusie doen (art. 6 lid 2 Wms).

Raadplegen van ouders

​Sinds 1 januari 2018 bepaalt de Wms dat het bevoegd gezag de ouders moet raadplegen voordat het een besluit neemt over de fusie van de school of wijziging van het beleid ten aanzien daarvan. Het gaat hier niet om de oudergeleding maar om alle ouders binnen de school. Zo wordt geborgd dat ouders bij dergelijke ingrijpende besluiten ten volle zijn betrokken.

Downloaden