Good practice 4: GMR Eenbes onderzoekt werkklimaat

Succesvolle samenwerking met bestuurder

De GMR van stichting Eenbes Basisonderwijs (26 scholen) wilde weten of de leerkrachten het werkklimaat op de scholen als veilig ervaren. De raad kreeg namelijk signalen die anders deden vermoeden. Waren het incidenten of was er meer aan de hand? In overleg met het bestuur werd besloten aan het reguliere kwaliteitsonderzoek onder het personeel een aantal specifieke vragen toe te voegen. Vervolgens zijn bijeenkomsten georganiseerd om met de medewerkers in gesprek te gaan.

Eenbes belooft in haar koersplan 2015-2019 een ‘veilig werkklimaat’ voor de medewerkers. Maar lukt het om die belofte waar te maken? GMR-lid en leerkracht Bregje Okkerse: ‘Het onderwerp kwam steeds in het GMR-overleg op tafel. We ontvingen af en toe via de GMR signalen van leerkrachten dat een veilig werkklimaat op hun school niet vanzelfsprekend was. De vraag was of het om incidentele gevallen ging of dat er meer aan de hand was.’ GMR-lid en ouder Pepijn Happel stapte samen met een collega GMR-lid naar bestuurder Wim Klaassen voor, zoals dat in Brabant gaat, een kop koffie en een gesprek over het koersplan. Happel: ‘We wilden weten of de stichting op koers lag met de beloften die erin staan en of het thema vertrouwen en veiligheid breed wordt gedragen. We hebben toen besloten er gezamenlijk onderzoek naar te doen door specifieke vragen toe te voegen aan het tweejaarlijkse kwaliteitsonderzoek van de stichting.’ Klaassen was groot voorstander van een gecombineerd onderzoek. Hij geeft aan dat bestuur en GMR de laatste jaren naar elkaar zijn toegegroeid en vaker samen optrekken. ‘Ieder vanuit zijn eigen rol natuurlijk. We zijn ons er heel goed van bewust dat we werken aan hetzelfde doel: uitstekend onderwijs in de regio voor onze kinderen. Dat willen we ook uitstralen naar buiten. Daarnaast willen we de medewerkers niet confronteren met teveel vragenlijsten en onderzoeken.’

Bespreekbaar maken

De GMR formuleerde vervolgens een aantal eigen vragen en stellingen over het werkklimaat. Okkerse: ‘We waren bijvoorbeeld benieuwd of leerkrachten ervaren dat hun directeur trots op ze is, of ze plezier in hun werk hebben en of ze zich gesteund voelen. Het was nog best lastig de juiste formuleringen te vinden, want hoe meet je een veilig werkklimaat?’ De enquête bleek ook niet voldoende om erachter komen wat er nu echt speelt in de praktijk. Happel: ‘Daarom hebben we samen met het bestuur drie avonden georganiseerd om medewerkers met elkaar in gesprek te laten gaan aan de hand van een aantal stellingen. Belangrijk was dat iedereen vrijuit moest kunnen spreken en dat de gesprekken positief en constructief waren. Elke avond kwam er een nieuwe groep van tien mensen die onder professionele begeleiding aan het werk ging.’ Okkerse legt uit dat het belangrijk was de groepen zo divers mogelijk samen te stellen. ‘Ze moesten een goede afspiegeling zijn van de organisatie. Er zaten leerkrachten, ondersteuners, onderwijsassistenten, directeuren, GMR-leden en stafleden in. Zelfs onze bestuurder deed mee!’ Klaassen vond het zeer verrijkend. ‘Daar kan geen enquête tegenop. Wat me vooral opviel, was dat er heel verschillend werd gereageerd. De één blijft energie overhouden aan het lesgeven en de samenwerking met collega’s , de ander ervaart vooral enorme druk. En de redenen waarom ze druk ervaren zijn heel persoonlijk. Ik had me dat te weinig gerealiseerd. Het is niet altijd eenvoudig om je beleid daar op af te stemmen.’

Een belangrijke bevinding voor zowel de GMR als het bestuur is dat zaken als werkklimaat en veiligheid meer bespreekbaar moeten worden in de teams en dat leerkrachten hier een open en goed gesprek over kunnen voeren. Klaassen: ‘Onze medewerkers moeten meer om hulp durven vragen als ze tegen een probleem aanlopen dat ze zelf niet kunnen oplossen. Je hoeft niet alles alleen te doen. Je kwetsbaar kunnen en mogen opstellen is een voorwaarde voor succes.  Aan ons samen de taak om dat veilige klimaat te bevorderen.’

De GMR wil vaker dit soort avonden organiseren om de achterban te raadplegen. Klaassen juicht dat toe. Zowel GMR als bestuur zijn het erover eens dat het een goede manier is om erachter te komen wat er daadwerkelijk speelt. Na de zomervakantie gaan ze met de resultaten aan de slag.  

Good practices

Dit is het vierde artikel in een serie over good practices ter inspiratie voor (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden

Meer informatie over communicatie met de achterban?

Meer informatie over communicatie met de achterban? Ga naar https://infowms.nl/content/handreiking-participatie-van-de-achterban.

Foto boven dit artikel: vlnr. Wim Klaassen, Pepijn Happel en Bregje Okkerse