Veelgestelde vragen

Waar MR staat, wordt ook de GMR bedoeld. 

  1. Wat biedt het project Versterking medezeggenschap?

    Het project Versterking medezeggenschap is een initiatief van de landelijke organisaties van leerlingen, ouders, werknemers, schoolleiders en bestuurders in het onderwijs. Zij hebben gezamenlijk het advies Goede medezeggenschap in het onderwijs uitgebracht met daarin een aantal praktische handreikingen en hulpmiddelen waarmee u zelf aan de slag kunt. Is dit niet voldoende, dan kunt u met uw vragen bij het project terecht. Inhoudelijke vragen over de Wms kunt u stellen middels dit vragenformulier. Voor andere vragen en ondersteuning kunt u rechtstreeks contact met ons opnemen. Het is daarnaast mogelijk een (kosteloze) aanvraag te doen voor begeleiding of advies of voor de Quickstart Medezeggenschap, een training voor MR én bestuurder. Daarnaast biedt het project ondersteuning bij het organiseren van workshops, themadagen en het boeken van sprekers.
     

  2. Wat houdt de gratis ondersteuning door een trainer/adviseur in en wat is de Quickstart Medezeggenschap?

    De dragende organisaties stellen deskundige trainers/adviseurs beschikbaar die u kunnen adviseren of begeleiden bij een ontwikkelvraagstuk. Een adviesaanvraag bestaat uit 10 uur ondersteuning door een trainer/adviseur, bij begeleiding is sprake van 20 uur verdeeld over twee deskundigen. U vindt hier de kaders en voorwaarden voor de aanvraag advies of begeleiding en het aanvraagformulier. De Quickstart Medezeggenschap bestaat uit een dag- of avonddeel van circa 4 uur op locatie met een medezeggenschapstrainer. De bijeenkomst bestaat uit twee delen. In het eerste deel gaat de MR zelf aan de slag met vooraf aangegeven vragen, in het tweede deel vindt een gesprek plaats met de bestuurder om met elkaar de wederzijdse ambities te bespreken. Van tevoren vindt een intake plaats. Aanmelden kan via dit formulier.
     

  3. Hoe informeren we de achterban?

    Een belangrijke taak van de MR is de achterban, bestaande uit personeel, ouders en in het voortgezet onderwijs ook de leerlingen, te informeren over gemaakte keuzes, uitgebrachte adviezen en genomen beslissingen. Dit kan via de schoolwebsite, een (digitale) nieuwsbrief, het mededelingenbord, een achterbanbijeenkomst, een spreekuur en het jaarverslag. Houd de informatie kort en bondig en voor alle lezers te begrijpen. Denk ook aan het vroegtijdig aankondigen van de MR-vergaderingen en het bekendmaken van de onderwerpen die worden besproken. Wilt u de mening van de achterban peilen, dan kunt u tegenwoordig over verschillende gratis enquêtes via internet beschikken. Zie de handreikingen Participatie van de achterban en Participatie van ouders en leerlingen
     

  4. Hoe onderhouden we het contact met de raad van toezicht?

    Door de invoering van de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen is het verplicht dat de MR minimaal twee maal per jaar overlegt met de toezichthouder. In de meeste gevallen is dat de Raad van Toezicht (RvT). Hoe wordt dat overleg nuttig voor alle partijen? Welke onderwerpen komen op de agenda? Wie zijn bij het overleg aanwezig? De handreiking Overleg met de toezichthouder geeft antwoord op deze vragen en tips om het overleg vorm te geven.
     

  5. Wat regel je in de statuten en reglementen?

    Ieder bevoegd gezag is verplicht een medezeggenschapsreglement en -statuut vast te stellen en deze documenten elke twee jaar (alleen statuut) opnieuw ter instemming aan de MR voor te leggen. In deze documenten staat hoe de medezeggenschap bij een bestuur en binnen een school (medezeggenschapsreglement) is geregeld. U vindt er onder meer informatie over de omvang, samenstelling, zittingsduur, inrichting en werkwijze van de MR, de organisatie van verkiezingen, de informatieverstrekking, de geschillenregeling, wie namens het bevoegd gezag het overleg voert, de faciliteitenregeling en een overzicht van de plichten, rechten, taken en bevoegdheden. Hier vindt u modelreglementen en –statuten.
     

  6. Welke faciliteiten zijn er op het gebied van medezeggenschap?

    In artikel 28 van de Wms vindt u de faciliteitenregeling. Het bevoegd gezag moet het gebruik toestaan van voorzieningen die de MR voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft, zoals een vergaderruimte en het kopieerapparaat. Daarnaast wordt een regeling getroffen voor de noodzakelijke kosten van medezeggenschapsactiviteiten van ouders, personeel of leerlingen. Hieronder vallen onder andere scholing, het inhuren van deskundigen, het voeren van rechtsgedingen, maar ook de kosten voor het informeren en raadplegen van de achterban. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat het bevoegd gezag bijdraagt in de kosten voor administratieve ondersteuning van de MR, zoals een ambtelijk secretaris of een notulist. Op grond van de cao stelt het bevoegd gezag voor personeelsleden in de MR tijd en geld beschikbaar voor het noodzakelijke MR-werk en middelen. Ouders kunnen via de faciliteitenregeling een vergoeding krijgen voor hun medezeggenschapswerkzaamheden. Voor leerlingen kan de school een regeling treffen in de vorm van vrijstelling voor bepaalde vakken, bijvoorbeeld maatschappijleer, of een geldelijke beloning per vergadering. Maak aan het begin van het schooljaar een duidelijk activiteitenplan met daarbij een begroting voor de te verwachten kosten, zoals scholing, vakliteratuur en ondersteuning. Zowel bevoegd gezag als MR weten dan tijdig waar ze aan toe zijn. De MR legt in het jaarverslag achteraf verantwoording af over de besteding van de gelden. Zie ook de handreiking Faciliteiten en activiteitenplan.
     

  7. Wat is het verschil tussen een MR-vergadering en een overlegvergadering?

    De MR-vergadering vindt plaats zonder overlegpartner om voorstellen te bespreken, vragen voor te bereiden en meningen uit te wisselen. De overlegvergadering is met de overlegpartner om antwoorden op vragen te krijgen, informatie uit te wisselen, adviezen te bespreken en een standpunt voor te bereiden. We raden u aan onderscheid tussen beide vergaderingen te maken. Alle MR-leden kunnen zich dan vrijelijk uitspreken in de MR-vergadering en de overlegpartner neemt niet de rol aan van adviseur van de MR. Een dubbele pet wordt hierdoor vermeden. Zie ook de handreiking Overleg met het bevoegd gezag.
     

  8. Hoe zorgen we ervoor dat de directeur/bestuurder ons juist en tijdig informeert?

    De MR heeft recht op tijdige informatie van het bevoegd gezag die nodig is om zijn taak te vervullen. Blijft de directeur/bestuurder in gebreke, vraag dan om de informatie en leg uit waarom je deze nodig hebt en voor welke werkzaamheden. Geen tijdige, onjuiste  of helemaal geen informatie betekent dat u uw werkzaamheden niet naar behoren kunt uitvoeren. Advies of instemming blijft daardoor uit. Dit vertraagt het besluitvormingsproces en gaat ten koste van de samenwerking. Om te voorkomen dat u achter de feiten aanloopt, is het aan te raden aan het begin van het jaar te inventariseren welke onderwerpen er het komende jaar op de agenda staan, een jaarplanning te maken en ervoor te zorgen dat de MR weet waar hij heen wil en wat de doelstellingen zijn. Zorg voor een informatievoorsprong: win zelf informatie in uit openbare bronnen, door een achterbanraadpleging en via externe deskundigen.
     

  9. Welke stappen kunnen we nemen als we het niet eens worden met de directeur/bestuurder?

    Probeer er in de eerste plaats samen uit te komen, bijvoorbeeld met een externe bemiddelaar. Lukt dit niet dan kunt u naar de geschillencommissie. Win van tevoren advies in bij de landelijke organisaties van werknemers, ouders, leerlingen en werkgevers. Zij weten hoe de commissie in eerdere gevallen heeft geoordeeld. De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS in Utrecht biedt drie mogelijkheden voor geschiloplossing: mediation, de geschillencommissie en de Ondernemingskamer. Zie ook de handreiking Geschillen voorkomen en oplossen en www.onderwijsgeschillen.nl.
     

  10. Hoe vinden we nieuwe, gemotiveerde MR-leden? 

    Het vinden van kandidaten is niet altijd even makkelijk. Neem in het activiteitenplan een onderdeel werving en opleiding op om opvolgers in stelling te brengen. Realiseert u zich dat de pr van de MR ook bijdraagt aan interesse in de MR voor een lidmaatschap. Zorg dus in ieder geval dat u positief naar buiten komt en mensen laat weten dat de medezeggenschap er echt toe doet. Vent uw successen uit! Voor het vinden van leden van de personeelsgeleding wordt vaak een wisselrooster gebruikt. Hierdoor is niet iedereen even gemotiveerd. Probeer dit dan ook zoveel mogelijk te vermijden. Benader collega’s individueel, leg uit wat het medezeggenschapswerk inhoudt en wat de voordelen zijn. Vraag ook of de directeur/bestuurder zich positief over de medezeggenschap wil uitlaten. Bijvoorbeeld door het belang ervan te benadrukken tijdens een personeelsbijeenkomst of in de schoolnieuwsbrief. Maak duidelijk dat het goed is voor je ontwikkeling en je cv om bij het beleid betrokken te raken. Wat betreft ouders en leerlingen geldt hetzelfde. Laat zien wie je bent, hoe belangrijk het werk is en welke invloed je uit kunt oefenen. Lobby via de ouderraad of leerlingenraad. Spreek mensen persoonlijk aan, bied leerlingen en ouders faciliteiten. Kortom, maak het MR-werk aantrekkelijk. Heeft u voldoende kandidaten organiseer dan verkiezingen, ook als het er maar net voldoende zijn. Een democratisch mandaat is belangrijk voor het functioneren van de MR. Meer informatie over het houden van verkiezingen vindt u in uw medezeggenschapsreglement. 
     

  11. Hoe kan de MR samenwerken met de andere MR-en, de GMR en de OPR?

    Over deze samenwerking is formeel niets geregeld. Toch is het belangrijk het contact met de andere medezeggenschapsorganen op regelmatige basis te onderhouden. Spreek in ieder geval af elkaar de notulen van de vergaderingen te sturen en met elkaar in een schooljaar een of meer contactmomenten af te spreken. Dit kan via de voorzitters, maar ook met enkele raadsleden als vertegenwoordiging. Ook kan het zinvol zijn gezamenlijk voorlichtingsbijeenkomsten of cursussen te organiseren over onderwerpen die alle raden aangaan. Zo kunt u kennis en ervaring delen. Bij grotere organisaties neemt de GMR hierbij vaak het voortouw. U kunt over de samenwerking een procedure opnemen in het medezeggenschapsreglement en/of –statuut.
     

  12. Het aantal leerlingen in onze MR is niet voldoende. Hoe betrekken we leerlingen meer bij de medezeggenschap?

    Als er in uw school al een leerlingenraad is, kunt u hieruit leerlingen voor de MR werven. Zij zijn al betrokken bij de school en weten wat er speelt. In veel scholen werkt het ook zo. Is er nog geen leerlingenraad, maar werkt de school wel met klassenvertegenwoordigers dan zou de MR deze groep kunnen benaderen voor een mogelijk MR-lidmaatschap. Bij het LAKS kunt u meer informatie krijgen over het oprichten van een leerlingenraad en het betrekken van leerlingen bij de medezeggenschap. De organisatie biedt ook trainingen voor leerlingenraden en de leerlingengeledingen van MR. Zie ook de handreiking Participatie van ouders en leerlingen
     

  13. Hoe kan de MR gebruikmaken van sociale media?

    Welk sociaal netwerk voor de mr interessant is, hangt af van wat u wilt bereiken. Twitter wordt voornamelijk gebruikt voor het delen van korte berichten en interessante webpagina’s met onbekenden, collega’s en vrienden. De MR kan Twitter gebruiken om aan te geven waar hij mee bezig is en de aandacht te vestigen op bepaalde activiteiten op school, zoals MR-vergaderingen, open dagen en evenementen. Daarnaast kun je via Twitter snel inspringen op klachten en daardoor betrokkenheid creëren bij de achterban. Op Linkedin kunnen de leden gebruikmaken van elkaars netwerken, informatie uitwisselen en zakelijke kansen zoeken. LinkedIn is met name interessant om een netwerk op te bouwen rond de MR. U kunt zelf een groep aanmaken voor de achterban, waardoor rechtstreeks contact met ouders, docenten en eventueel ook leerlingen mogelijk is. Vraag via de groep bijvoorbeeld  aan de ouders wat ze vinden van de schooltijden, de tussenschoolse opvang, de ouderbetrokkenheid en huiswerkbegeleiding. Ook kunt u zich aansluiten bij een groep die zich bezighoudt met medezeggenschap in het onderwijs en zo ideeën en ervaringen met elkaar delen. Facebook is vooral bedoeld voor het delen van privéberichten en foto’s met vrienden. Toch zijn er veel scholen met een eigen Facebook-account voor het plaatsen van foto’s, het delen van informatie en het aankondigen van evenementen. De MR zou hier ook gebruik van kunnen maken. Zie ook de handreiking Sociale media en medezeggenschap (pdf).