Uitspraken Landelijke Commissie voor Geschillen WMS

Alle uitspraken van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS kunt u op de website van Stichting Onderwijsgeschillen nalezen en downloaden.

Richtinggevende overwegingen en beslissingen in de uitspraken

De overwegingen en beslissingen in de uitspraken van de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS), die betekenis hebben voor meer gevallen dan die waarin de uitspraak is gedaan, worden ieder jaar apart vermeld in de jaarverslagen van Commissie.
Zij kunnen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, voor de toepassing van de WMS en de uitvoering van de medezeggenschap op scholen van richtinggevend belang zijn.

Hieronder volgt een overzicht van deze meer algemene dan wel principiële lijnen in de uitspraken van de Commissie.

2017

1. Als de MR in het kader van zijn initiatiefrecht een alternatief voor de voorgestelde fusie voorlegt, dan moet het bevoegd gezag daarover ten minste één keer met de MR overleggen (artikel 6 lid 2 Wms).
1 mei 2017, 107558   

2. Het bevoegd gezag moet de verdere kosten van de advocaat van de MR betalen als deze kosten redelijkerwijs noodzakelijk zijn en het bevoegd gezag duidelijk weet dat de activiteiten van de advocaat nog niet zijn afgerond en er aanvullende kosten worden gemaakt.
7 juli 2017, 107696A

3. Het medezeggenschapsorgaan dat een instemmingsgeschil bij de Commissie indient, moet ook zelf het instemmingsrecht ten aanzien van de aangelegenheid in kwestie hebben.
9 juni en 7 juli 2017, 107696 en 107696A

4. Wijzigingen van de lessentabel en invoering van een brugklas zijn besluiten tot wijziging van het schoolplan, waarbij de MR instemmingsrecht heeft.
11 oktober 2017, 107855

5. De termijn van zes weken voor het indienen van een adviesgeschil loopt door tijdens de schoolvakanties; de termijn wordt ook niet opgeschort als de MR nog overleg wenst.
30 oktober 2017, 107894 

6. De Commissie geeft geen toestemming aan het bevoegd gezag voor het vaststellen van het bestuursformatieplan als niet eerst de onderliggende wijzigingen van het schoolondersteuningsprofiel en het schoolplan met inachtneming van de medezeggenschap zijn doorgevoerd.
13 november 2017, 107810

7. Een bevoegd gezag dat niet voldoet aan zijn informatieplicht tegenover het medezeggenschapsorgaan, krijgt van de Commissie geen toestemming om zijn besluit te nemen.
12 december 2017, 107852

8. De Commissie is niet bevoegd een besluit nietig te verklaren; het medezeggenschapsorgaan moet zelf tegenover het bevoegd gezag de nietigheid inroepen als een besluit zonder de vereiste instemming genomen is.
12 december 2017, 107838 

9. Als voor de MR de mogelijkheid van het inroepen van de nietigheid van het besluit, gevolgd door het voorleggen van een instemminsgeschil, heeft opengestaan, kan hij geen nalevingsgeschil voorleggen.
12 december 2017, 107853 

2016

1Ook als de lessentabel voor het lopende schooljaar al is vastgesteld, hebben partijen, vanwege het cyclische karakter van de lessentabel, voldoende belang bij een uitspraak in een interpretatiegeschil over de bevoegdheid van de MR ten aanzien van de lessentabel. 
10 mei 2016, 107152

2. Gelet op de verwevenheid van onderwijskundige visie en lessentabel is een voorgenomen besluit tot vaststelling van de lessentabel aan te merken als de vaststelling van ‘het schoolplan dan wel het leerplan of de onderwijs- en examenregeling.’
10 mei 2016, 107152

3. Het besluit van het bevoegd gezag om de premie van een aanvullende invaliditeitsregeling voor rekening van de werknemers te laten komen, is aan te merken als een besluit met betrekking tot de aangelegenheid ‘wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school’, ten aanzien waarvan de MR adviesrecht heeft (artikel 11, lid 1, aanhef en onder b Wms). 
22 augustus 2016, 107249

4. Ook al is er voldoende financieel en organisatorisch belang voor een besluit over de toekomstige directiestructuur, dan kan dit adviesplichtig besluit toch niet in stand blijven als er gering draagvlak bij ouders en personeel voor was, wat de kwaliteit van het onderwijs raakt, en het bevoegd gezag onvoldoende gewicht heeft toegekend aan dit belang van draagvlak (artikel 11, lid 1, aanhef en onder f Wms).
11 oktober 2016, 107337

2015

1. Het belang van de schoolgemeenschap bij het openhouden van de enige school in het dorp is van gewicht bij de beoordeling van een voorgenomen fusie
19 februari 2015, 106275 

2. De aanschaf van een nieuwe rekenmethode is een wijziging van het schoolplan op grond van artikel 10 onder b Wms
Uit de toelichting op de Kwaliteitswet blijkt dat de gehanteerde methoden en ontwikkelingsmaterialen moeten worden opgenomen in het onderwijsprogramma, dat op zijn beurt weer deel uitmaakt van het schoolplan. Een wijziging van een rekenmethode is dus een wijziging van het schoolplan waarvoor instemming van de MR vereist is.
10 februari 2015, 106563 
Deze uitspraak van de LCG WMS is vanwege de ontvankelijkheid vernietigd door de OK. 200.166.448/01 OK

3. Specifieke omstandigheden van een school kunnen nopen tot afwijking van uniform beleid voor alle scholen
Een schoolbestuur moet oog hebben voor bijzondere schoolspecifieke omstandigheden die (kunnen) nopen tot afwijking van het uniforme beleid voor alle scholen.
23 april 2015, 106681 

4. De vervanging van een directeur voor acht maanden valt onder het adviesrecht van de (P)MR  op grond van artikel 11 lid onder h Wms
​Voor een zeer kortdurende vervanging van een directeur door een collega binnen de school kan onder omstandigheden geen advies van de MR vereist zijn. Voor een vervanging die voorzien is voor acht maanden en waarschijnlijk langer, is wel advies van de MR vereist. 
2 juli 2015, 106794 

5. Afspraken van een regionale werkgroep over de vaststelling van vakanties zijn aan medezeggenschap onderhevig op grond van artikel 10 onder j Wms.
Het argument van het bevoegd gezag, dat het gebonden is aan de afspraken van de regionale werkgroep is niet steekhoudend omdat de inhoud van die afspraken, die met name de vakantieregeling betreffen, aan medezeggenschap onderhevig zijn.
13 oktober 2015, 106912

6. Of een besluit naar zijn aard en inhoud van schooloverstijgend belang is voor alle of de meerderheid van de scholen, is bepalend voor de vraag of het van gemeenschappelijk belang is op grond van artikel 16 lid 1 Wms.
Niet of een besluit gaat gelden voor alle scholen of de meerderheid van scholen is bepalend of het van 'gemeenschappelijk belang' is als bedoeld in artikel 16 lid 1 Wms. Bepalend is wel of het besluit naar zijn aard en inhoud van schooloverstijgend belang heeft voor alle scholen of de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag. 26 oktober 2015, 106913 

7. Als het bestuursformatieplan dat met instemming van de PGMR is vastgesteld geen ruimte laat voor aanvullende regeling op het niveau van de school, komt de PMR van die school geen instemmingsrecht toe
Aan het verzoek van de Commissie om in de plaats van de PMR instemming te verlenen aan een voorgenomen besluit met betrekking tot de samenstelling van de formatie, dat neerkomt op een herhaling van hetgeen voor deze school al op centraal niveau is vastgesteld, is niet-ontvankelijk.
27 oktober 2015, 106957

8. De weigering van de PMR in te stemmen met het formatieplan vanwege onvrede met het ongewijzigde taakbeleid, is niet redelijk op grond van artikel 12 lid 1 onder b Wms
Als de formatie al jarenlang toegedeeld wordt op basis van hetzelfde systeem en dezelfde uitgangspunten, kan de PMR niet in redelijkheid vanwege het taakbeleid instemming aan het formatieplan onthouden. Onvrede en onduidelijkheid over het taakbeleid dient in overleg  over dat onderwerp aan de orde worden gesteld. 
2 december 2015, 106981

2014

1. Wijziging van een reiskostenregeling betreft niet een besluit met betrekking tot de toekenning van een toelage
​Gelet op de plaatsing in de cao dient – ook in de Wms – onder een toelage te worden verstaan een regelmatig toegekende extra geldelijke beloning die de werknemer naast of op het salaris krijgt toegewezen. Reiskosten zijn een vergoeding voor gemaakte kosten en daarom geen toelage als bedoeld in artikel 12 aanhef en onder g Wms.  6 januari 2014, 105878

2. Beleid dat scholen die langer dan drie jaar onder de opheffingsnorm blijven, geen zelfstandig bestaansrecht hebben, is niet onredelijk
Als ook niet aannemelijk is dat het aantal leerlingen voldoende zal groeien kan het bevoegd gezag besluiten om de school - die al zeven jaar onder de opheffingsnorm zit - te sluiten. 15 april 2014, 106088

3. Andere  groepen mee op schoolkamp is een besluit inzake wijziging van het beleid met betrekking tot activiteiten buiten de voor de school geldende onderwijstijd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag
In overeenstemming met de visie van de Onderwijsinspectie geldt als onderwijstijd op het schoolkamp de tijd die de leerlingen anders op school zouden hebben doorgebracht. De overige tijd van het schoolkamp valt buiten de onderwijstijd en betreft een activiteit die georganiseerd wordt onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Andere groepen mee op kamp nemen dan gebruikelijk is een wijziging van beleid waarop de oudergelding op grond van artikel 14 lid 1 aanhef en onder b Wms instemmingsrecht heeft. 12 juni 2014, 106171

4. Drie leerjaren in één groep als gevolg van krimp is in zijn algemeenheid didactisch niet onaanvaardbaar
Uit een rapport van de Onderwijsinspectie blijkt niet dat onderwijs in heterogeen samengestelde groepen leidt tot lagere opbrengsten dan onderwijs in minder heterogene of homogene groepen.11 juni 2014, 106216

5. Het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband moet voldoende concreet zijn en overlegd zijn met de OPR
In het ondersteuningsplan moet staan welke ondersteuning binnen het samenwerkingsverband voorhanden is en waar deze ondersteuning kan worden aangeboden. Ook moet het plan criteria bevatten aan de hand waarvan wordt bepaald welke leerlingen aanspraak kunnen maken op extra ondersteuning. Ook als met schoolbesturen, gemeente en ander betrokkenen al overeenstemming is bereikt, moet open en reëel overleg met de ondersteuningsplanraad worden gevoerd dat van invloed kan zijn op de vaststelling van het plan. 12 juni 2014, 106185

6. Wijziging van het onderwijsaanbod aan hoogbegaafden is een besluit tot wijziging van het schoolplan
​Ontwikkeling van het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen in aparte klassen, dat gericht is  op onderwijskundige vernieuwing, betreft een onderdeel van het onderwijskundig beleid dat opgenomen dient te worden in het schoolplan. Het beëindigen van het project betekent een wijziging van het schoolplan, waarvoor de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad instemmingsrecht heeft (artikel 10 aanhef en onder b Wms). 19 juni 2014, 106194

7. Voordat een formatieplan wordt vastgesteld moet duidelijkheid bestaan over de begroting en het taakbeleid
​Zonder voorafgaande vaststelling van de hoofdlijnen van financieel beleid en van de taakbelasting van het personeel, zou het verlenen van vervangende instemming met het formatieplan de facto ook vervangende instemming betekenen met de taakverdeling en –belasting. 15 juli 2014, 106249

8. Het is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag om tijdig advies te vragen
Het advies van de MR op de begroting moet van wezenlijke betekenis kunnen zijn (artikel 17 Wms). Dat is niet het geval als het advies pas in het begrotingsjaar wordt gevraagd en de begroting pas maanden later wordt vastgesteld. 30 september 2014, 106374

9. Een adviesaanvraag over de benoeming van een lid van de schoolleiding moet voldoende concrete gegevens bevatten
Een adviesaanvraag over de benoeming van een (interim)directeur dient, naast een (algemeen) profiel, de relevante gegevens omtrent de beoogde kandidaat te bevatten, zoals zijn of haar CV en een motivering waarom hij of zij aan het profiel voldoet. 20 november 2014, 106429

10. Geen ingang bij de LCG WMS voor geschillen van/met een bovenbestuurlijke MR
De Wms biedt niet de mogelijkheid om geschillen met de bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad aan de LCG WMS voor te leggen. 2 december 2014, 106553

2013

1. Informatieverstrekking aan de MR moet toegankelijk zijn
De in artikel 8 lid 1 Wms opgelegde verplichting aan het bevoegd gezag tot het tijdig verstrekken van alle inlichtingen die de MR voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft, houdt in dat de (financiële) gegevens die als informatie verstrekt worden, toegankelijk moeten zijn.
4 januari 2013, 105596

2. De verplichting tot het vooraf vragen om advies of instemming betekent niet dat niet eerder overleg met anderen gevoerd kan worden
De MR moet om advies worden gevraagd op een tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Dit is het geval als er in het proces van de besluitvorming nog geen onomkeerbare stappen zijn gezet en het advies van de MR nog van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. Gebruikelijke voorbereidingshandelingen, zoals het voeren van overleg met anderen, zijn nog niet het voorgenomen besluit.
15 april 2013, 105633

3. Het verzoek aan de gemeenteraad tot opheffing van de openbare school is een besluit met betrekking tot beëindiging van de werkzaamheden van de school
Het verzoek van een openbaar schoolbestuur aan de gemeenteraad tot opheffing van de openbare school, is aan te merken als een besluit met betrekking tot de beëindiging van de werkzaamheden van de school, waarvoor de MR adviesrecht heeft (artikel 11 aanhef en onder c Wms).
10 juni 2013, 105764

4. Besluit tot beëindigingsovereenkomst met directeur wegens onoverbrugbaar verschil van visie valt onder adviesrecht MR ten aanzien van het ontslag van de directeur 
Ieder besluit tot ontheffing van een functionaris uit een directiefunctie valt onder het adviesrecht van de MR (artikel 11 onder h Wms). Het vrijwillig vertrek van de directeur valt er niet onder. Het akkoord van de directeur om een beëindigingsovereenkomst aan te gaan is niet aan te merken als een vrijwillig vertrek op initiatief van de directeur. Aan het vertrek ligt immers een onoverbrugbaar verschil van visie op het te voeren beleid ten grondslag, hetgeen in het licht van de bepalingen van de Wms bij uitstek iets is waarbij de medezeggenschap betrokken hoort te zijn.
19 augustus 2013, 105768

5. Geen vervangende instemming van de Commissie als het besluit toch niet zal worden uitgevoerd
​Instemmingsgeschil over voorgenomen besluiten inzake formatieplan, taakbelasting en wijziging van het leerplan. Het bevoegd gezag heeft ter zitting aangegeven dat het dit voorgenomen besluit niet ten uitvoer zou brengen. In dat geval ontbreekt (proces) belang bij een uitspraak en is het verzoek om vervangende instemming van de Commissie niet ontvankelijk.
8 augustus 2013, 105777

6. Overplaatsing van de directeur valt onder adviesrecht van de MR ten aanzien van het ontslag van de directeur
​Evenals bij ontslag, is bij overplaatsing op initiatief van het bevoegd gezag sprake van het vertrek van een lid van de schoolleiding. In een dergelijk geval dient de MR in staat gesteld te worden invulling te geven aan zijn medezeggenschapsrecht om advies te geven over dit vertrek (artikel 11 onder h Wms).
11 september 2013, 105780

7. De gevolgen van een fusie moeten inzichtelijk zijn bij het vragen van instemming
Het bevoegd gezag wenste het eerste jaar te gebruiken om aan de fusie invulling te geven. Vanwege de onzekerheid over de mogelijke gevolgen van de fusie heeft het bevoegd gezag onvoldoende invulling gegeven aan zijn uit artikel 8 Wms voortvloeiende verplichting om de MR voldoende informatie te verschaffen die hij voor de vervulling van zijn taak nodig heeft.
9 juli 2013, 105783

8. Formeren van een extra kleutergroep kan een belangrijke uitbreiding van de werkzaamheden van de school zijn waarvoor de MR adviesrecht heeft 
De uitbreiding met een kleutergroep per jaar heeft op termijn een grootte van de school tot gevolg die afwijkt van hetgeen in het schoolplan als beleid is opgenomen. Er is sprake van een belangrijke uitbreiding als het gaat om een wezenlijke, structurele of in kwantitatief opzicht aanzienlijke uitbreiding. Een geplande uitbreiding van het aantal leerlingen met 26% in twee jaar is aanzienlijk te noemen.
26 september 2013, 105822

9. Het niet opvolgen van een ongevraagd advies kan geen adviesgeschil opleveren
Het niet vragen van het vereiste advies aan de deelraad betreft het niet naleven van een verplichting, voortvloeiend uit de Wms. Een vordering tot naleving dient te worden gericht aan de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam. Een ongevraagd advies als dat van de deelraad kan niet leiden tot een adviesgeschil bij de Commissie.
21 augustus 2013, 105863

10. Terugtreden MR-leden mag niet leiden tot onmogelijkheid van besluitvorming in de MR
Het vertrek van vier personeelsleden uit de MR kan niet tot gevolg hebben dat iedere besluitvorming binnen de MR vanaf dat moment onmogelijk zou zijn geworden, terwijl niet is gebleken dat de desbetreffende leden van de MR dit gevolg hebben beoogd. In deze bijzondere omstandigheden is het besluit van de vier nog actieve ouderleden van de MR om een adviesgeschil aan de melden, als rechtsgeldig genomen.
9 december 2013, 105970

2012

1. De Commissie is niet bevoegd ter zake van een instemmingsgeschil indien het instemmingsrecht van de MR slechts berust op een mondelinge afspraak tussen bevoegd gezag en MR.
Het staat partijen weliswaar vrij om een afspraak te maken over het vragen van instemming aan de MR, maar het dwingend karakter van de WMS verzet zich ertegen dat een dergelijke afspraak, die niet in het reglement is geformaliseerd zoals voorgeschreven in artikel 24 lid 2 WMS, tot uitbreiding van de wettelijke bevoegdheid van de Commissie zou leiden. Dit betekent dat een geschil, dat rijst naar aanleiding van deze buitenwettelijke bevoegdheidstoedeling, niet als een instemmingsgeschil aan de Commissie kan worden voorgelegd. Uitspraak 29 maart 2012, 105207/105212/105224/105228 - 12.03

2. Bepaling in het medezeggenschapsreglement dat een geschil eerst aan een andere instantie dan de LCG WMS moet worden voorgelegd schort WMS-termijnen niet op
Als een medezeggenschapsreglement bepaalt dat een geschil eerst voorgelegd dient te worden aan een adviescommissie lopen de wettelijke termijnen voor indiening van een geschil bij de WMS door. Gelet op het dwingende karakter van de WMS kan slechts in de in de wet genoemde gevallen worden afgeweken van de bepalingen van de WMS. De wet biedt niet de ruimte om in het medezeggenschapsreglement van de termijnen als genoemd in artikel 32 lid 1 WMS af te wijken. Uitspraak 11 april 2012, 105221 - 12.04

3. Fusie-effectrapportage ook verplicht indien goedkeuring van de minister niet vereist is
​Artikel 64a lid 3 WPO, waarin is aangegeven dat voor iedere institutionele of bestuurlijke fusie een effectrapportage moet worden opgesteld, dient zo uitgelegd te worden dat deze verplichting ook geldt indien geen ministeriële goedkeuring is vereist. Dit betekent dat het bevoegd gezag gehouden is bij het voorgenomen fusiebesluit een fusie-effectrapportage als bedoeld in artikel 64b lid 2 WPO over te leggen. Als de MR niet beschikt over deze wettelijk voorgeschreven fusie-effectrapportage heeft hij onvoldoende inzicht kunnen krijgen in de doelen, effecten en gevolgen van het voorgenomen fusiebesluit zodat de MR in redelijkheid tot onthouding van zijn instemming heeft kunnen komen. Uitspraak 25 april 2012, 105261 - 12.07

4. Meer nadruk op de identiteit van de school is niet altijd wijziging van het beleid ten aanzien van de grondslag van de school
Een aanscherping van het beleid ten aanzien van de grondslag van de scholen is aan te merken als een wijziging van het beleid ten aanzien van de grondslag van de school indien deze aanscherping tot gevolg heeft dat op de school aandacht wordt besteed aan elementen van de identiteit waar dat voordien niet het geval was. Uitspraak 29 mei 2012, 105291 - 12.09

5. Beslissing om ontslagverzoek lid schoolleiding te accepteren is niet adviesplichtig
Als de schoolleider zelf te kennen heeft gegeven afscheid te willen nemen van de school en benoemd te willen worden als schoolleider op de nieuw op te richten school, is er geen sprake van ontslag in de zin van artikel 11 onder h WMS. Uitspraak 12 juni 2012, 105346 - 12.11
Dat geldt ook als de voormalige directeur zelf te kennen heeft gegeven dat zij haar functie op de school niet kan blijven uitoefenen omdat zij zich niet in staat acht leiding te geven aan het naderende fusieproces. Als de wens van de directeur om overgeplaatst te worden is ingegeven door omstandigheden als een naderende fusie, neemt dat niet weg dat het vertrek als directeur van de school een vrijwillig karakter had. Uitspraak 9 november 2012, 105482 – 12.16

6. Instemming onthouden in afwachting van herstel of verbetering van de communicatie is niet (altijd) redelijk
Een bevoegd gezag heeft een te respecteren belang bij het definitief worden van voorgenomen besluiten. Het ontbreken van de bereidheid tot het voeren van reëel overleg en het op de lange baan schuiven van inhoudelijke bespreking van de voorstellen in afwachting van verbetering van de communicatie is geen deugdelijke motivering voor het onthouden van instemming. Bij dit oordeel van de Commissie was van belang dat de (P)GMR niet ter zitting is verschenen zodat de Commissie niet in de gelegenheid is geweest om na te gaan of er aanleiding was om toepassing te geven aan de haar in artikel 32 lid 3 WMS gegeven bevoegdheid om aan partijen een bemiddelingsvoorstel voor te leggen. Uitspraak 29 oktober 2012, 105532 - 12.15

7. Ook adviesrecht als nieuwe directeur al directeur was op andere school van het bevoegd gezag
De benoeming van een nieuwe directeur van de school valt onder het adviesrecht van artikel 11 onder h WMS, ook als deze persoon reeds als directeur aan een andere school in dienst was van het bevoegd gezag. Uitspraak 9 november 2012, 105482 – 12.16

2011

1. De termijn van drie maanden voor het doen van mededeling dat een instemmingsgeschil wordt ingediend kan niet vrijelijk door partijen worden gewijzigd (artikel 32 lid 1 WMS)
Een afspraak tussen het bevoegd gezag en de PMR, gemaakt na afloop van de driemaandentermijn van artikel 32 lid 1 WMS, dat het bevoegd gezag voor een bepaalde datum nog een geschil kan indienen, leidt niet tot ontvankelijkheid. Verlenging van de termijn zou denkbaar zijn indien het bevoegd gezag en de PMR na het onthouden van instemming aanvullend overleg zouden hebben gevoerd over het onderwerp waarvoor instemming vereist was ten einde alsnog overeenstemming te bereiken. Maar daarvan was niet gebleken. Uitspraak 11.04 d.d. 21 februari 2011 inzake 104803

2. Wijziging grondslag van de school moet volledig uitgewerkt aan medezeggenschap worden voorgelegd (artikel 13 onder b WMS)
Een wijziging van de grondslag was een gevolg van een besluit tot fusie. De wijziging was weliswaar geraden, maar niet genoegzaam nader uitgewerkt. Met name de statuten voor de nieuwe instelling ontbraken nog. Het ligt op de weg van het bevoegd gezag om een ingrijpende verandering als wijziging van de grondslag van de school in al zijn facetten uit te werken alvorens de oudergeleding van de MR om instemming te vragen. Uitspraak 11.06 d.d. 28 maart 2011 inzake 104841

3. Na verkregen positief advies intrekken van het voorgenomen besluit is niet gelijk te stellen met het niet volgen van het advies (artikel 12 onder n WMS)
Het bevoegd gezag is na een positief advies van de MR teruggekomen op een voorgenomen besluit tot nieuwbouw. Dit behoort tot de discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag en kan niet worden aangemerkt als het niet volgen van het advies. De MR kan daarover dus ook geen adviesgeschil indienen. Utspraak 11.07 d.d. 9 mei 2011 inzake 104821

4. MR dient te kunnen beschikken over begroting en jaarverslag op schoolniveau (artikel 8 lid 2 onder a en c WMS)
Uit de bewoordingen van artikel 8 lid 1 WMS volgt dat een MR zijn taak alleen maar op een zinvolle manier kan uitoefenen als hij tijdig beschikt over voldoende en relevante informatie. Daartoe behoort een begroting op schoolniveau. Ook moet de MR uit het jaarverslag af kunnen leiden wat er op schoolniveau is gebeurd. Uitspraak 11.10 d.d. 25 mei 2011 inzake 104902

5. Geschil over de vergoeding van door de MR gemaakte kosten van rechtsbijstand betreft een vordering tot naleving van de WMS, waarvoor de LCG WMS niet bevoegd is (artikel 28 lid 2WMS)
De Commissie is niet bevoegd te oordelen over een verzoek om vast te stellen dat het bevoegd gezag de bij de MR in rekening gebrachte kosten ter zake van rechtsbijstand dient te vergoeden. Dit is een kwestie met betrekking tot de nakoming van verplichtingen voor het bevoegd gezag, voortvloeiend uit de WMS. De vordering tot naleving van de WMS behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de Ondernemingskamer. Uitspraak 11.08 d.d. 9 mei 2011 inzake 104913

6. Algemeen rookverbod is een aangelegenheid voor de MR, niet voor de PMR (artikel 10 onder e WMS)
​Nadat al een rookverbod voor de leerlingen van kracht was, legde het bevoegd gezag een voorgenomen besluit tot een algeheel rookverbod ter instemming voor aan de MR. Het was de PMR die instemming onthield aan het voorgenomen besluit. Het voorstel past echter in het totale beleid op het gebied van veiligheid en gezondheid voor zowel de leerlingen als het personeel. Daarom is de MR en niet de PMR bevoegd. Het bevoegd gezag werd niet ontvankelijk geacht. Uitspraak 11.12 d.d. 13 juli 2011 inzake 104951

7. De medezeggenschap dient tijdig bij ingrijpende besluiten te worden betrokken (artikel 11 onder c, 12 lid 1 onder a en 13 onder a WMS)
Het beëindigen van de werkzaamheden van (een deel van) de school is een dermate ingrijpend besluit dat van een bevoegd gezag mag worden verwacht dat ouders en personeel in een zo vroeg mogelijk stadium bij de besluitvorming worden betrokken. Het bevoegd gezag heeft nagelaten de deelraad tijdig te betrekken bij de besluitvorming waar dat zeer wel mogelijk was geweest. Het besluit kon daarom niet in stand blijven. Hetzelfde gold voor de regeling van de gevolgen van de voorgenomen sluiting van de locatie. Uitspraak 11.14 d.d. 29 juli 2011 inzake 105040

2010

1. De termijn voor het indienen van een adviesgeschil loopt door tijdens de schoolvakanties (artikel 34 lid 2 WMS)
De termijn van zes weken waarbinnen het medezeggenschapsorgaan wiens advies niet is opgevolgd, een adviesgeschil aan de Commissie voor kan leggen wordt niet opgeschort gedurende de voor de school geldende vakantieperiodes. Overschrijding van de termijn van zes weken leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek aan de Commissie. Uitspraak 10.03 d.d. 25 maart 2010 inzake 104437

2. De keuze voor een bepaalde Arbo-dienst valt onder het instemmingsrecht van de PMR (artikel 12 lid 1 onder k WMS)
Als er beleidsruimte is om te kiezen tussen meerdere Arbodiensten, strekt het instemmingsrecht van de PMR ten aanzien van de vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim of re-integratiebeleid, zich ook uit tot de keuze van het bevoegd gezag voor een bepaalde Arbodienst. Uitspraak 10.04 d.d. 19 mei 2010 inzake 104485

3. Bestendige praktijk is beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders (artikel 13 onder k WMS)
Een bestendige praktijk in voorlichting aan ouders over het vervolgonderwijs na de basisschool, kan gekenschetst worden als beleid. Wanneer dit beleid schriftelijk in herinnering wordt gebracht, waarbij tot een scherpere omschrijving van het beleid is gekomen maar van toevoegen van wezenlijke nieuwe onderdelen of van inhoudelijke veranderingen in dit beleid geen sprake is, dan is ook niet overgegaan tot een vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen het bevoegd gezag en de ouders zoals bedoeld in artikel 13 onder k WMS. Uitspraak 10.07 d.d. 4 juni 2010 inzake 104466

4. Het instemmingsrecht van de oudergeleding ten aanzien van de tussenschoolse opvang (artikel 13 onder f WMS)
​Onder het instemmingsrecht van de oudergeleding ten aanzien van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de tussenschoolse opvang, valt mede de vaststelling of wijziging van de door de ouders te betalen bijdrage voor de tussenschoolse opvang. Uitspraak 10.11 d.d. 29 september 2010 inzake 104610

5. Het adviesrecht van de MR ten aanzien van de benoeming en het ontslag van de directeur (artikel 11 onder h WMS)
In het jaarverslag 2009 van de Commissie is een overzicht opgenomen van bepalende jurisprudentie van de Commissie met betrekking tot het adviesrecht van de MR ten aanzien van de benoeming en het ontslag van de directeur. Deze jurisprudentie is in 2010 aangevuld in een uitspraak in een interpretatiegeschil.

Aanstelling van een boventallig directielid in een vacature van directeur, valt onder het adviesrecht van de MR
De noodzaak om een boventallig directielid aan te stellen in een vrijkomende vacature kan geen afbreuk doen aan het in artikel 11 onder h WMS geborgde adviesrecht van de MR. De wet maakt geen onderscheid naar de mate van beleidsvrijheid die het bevoegd gezag bij het nemen van zijn besluit toekomt. Ook als het bevoegd gezag geen beleidsruimte rest, is het voor de MR mogelijk om in zijn advies bijvoorbeeld randvoorwaardelijke zaken te betrekken die van belang kunnen zijn voor de werking van het besluit. Uitspraak 10.13 d.d. 5 november 2010 inzake 104525

6. De termijn van drie maanden voor de mededeling dat een instemmingsgeschil aan de Commissie zal worden voorgelegd (artikel 32 lid 1 WMS)
Als er na de onthouding van de instemming door het medezeggenschapsorgaan, geen reëel overleg tussen partijen plaatsvindt, loopt de termijn van drie maanden vanaf het moment waarop de instemming is onthouden. Van reëel overleg is alleen sprake als partijen bereid en in staat zijn om hun standpunten nader te onderbouwen. Uitspraak 10.15 d.d. 7 december 2010 inzake 104642

2009

1. Het adviesrecht van de MR ten aanzien van de benoeming en het ontslag van de directeur (artikel 11 onder h WMS)
De benoeming en het ontslag van de directeur heeft reeds een aantal malen gespeeld in geschillen voor de Commissie. In 2008 heeft de Commissie uitgesproken dat het adviesrecht van de MR ten aanzien van besluiten tot de aanstelling en het ontslag van de schoolleiding niet het beleid maar het concrete besluit tot aanstelling of ontslag van een schoolleider betreft. Eveneens in 2008 heeft de Commissie geoordeeld dat het besluit van het bevoegd gezag tot het doen van een verzoek aan de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de schoolleider ook onder het adviesrecht van de MR als bedoeld artikel 11 onder h WMS valt. In 2009 heeft de Commissie de jurisprudentie met betrekking tot de benoeming en het ontslag van de directeur verder uitgebouwd.

a. Schorsing van de directeur valt niet onder het adviesrecht van de MR; het ontslag valt er wel onder, ook als het bevoegd gezag een geheimhoudingsplicht heeft
Het besluit om de directeur te schorsen valt niet onder het adviesrecht ten aanzien van ontslag van de directeur. Maar een formeel ontslagbesluit van het bevoegd gezag valt daar wel onder, ook als het bevoegd gezag stelt dat er sprake was van een vrijwillig karakter van het ontslag en het bevoegd gezag een geheimhoudingsplicht op zich had genomen. Uitspraak d.d. 7 januari 2009 inzake 08.021

b. Participatie van de MR in de wervings- en selectieprocedure voor de directeur staat niet op gespannen voet met het adviesrecht van de MR t.a.v. de benoeming van de schoolleider
De participatie van de MR in de selectieprocedure betreft de hele procedure van werving en selectie inclusief de samenstelling van de benoemingsadviescommissie; het adviesrecht van de MR betreft een concreet voorstel van het bevoegd gezag over een te benoemen persoon. Het zijn twee aangelegenheden die niet op één lijn te brengen zijn. Uitspraak d.d. 26 juni 2009 inzake 104176

c. Benoeming van een conrector tot rector valt onder “aanstelling van de schoolleiding” als bedoeld in artikel 11 onder h WMS
De benoeming van de rector valt onder de medezeggenschapsaangelegenheid “aanstelling van de schoolleiding”. De conrector was reeds lid van de schoolleiding maar de functie van rector is een wezenlijk andere dan de functie van conrector. Uitspraak d.d. 19 oktober 2009 inzake 104227

d. De tijdelijke benoeming van een gedetacheerd directeur valt onder het adviesrecht van de MR
De tekst van de WMS en de parlementaire behandeling geven geen argumenten een constructie op detacheringbasis buiten het bereik van het adviesrecht van de MR te plaatsen. Uitspraak d.d. 19 november 2009 inzake 104268

2. Het adviesrecht van de GMR ten aanzien van aanstelling of ontslag van “personeel dat is belast met managementtaken” (artikel 16 lid 2 onder c WMS).

a. De GMR heeft geen adviesrecht ten aanzien van de aanstelling en het ontslag van de leden van het College van Bestuur
​Leden van het College van Bestuur vallen niet onder het begrip personeel dat in artikel 1 onder i WMS is gedefinieerd. Dit betekent dat het adviesrecht van de GMR ten aanzien van de aanstelling of ontslag van “personeel dat is belast met managementtaken” (artikel 16 lid 2 onder c WMS) zich niet uitstrekt tot de leden van het College van Bestuur. Uitspraak d.d. 30 november 2009 inzake 104240

b. De GMR heeft altijd adviesrecht ten aanzien van de aanstelling en het ontslag van personeel met managementtaken
​Artikel 16 lid 2 WMS biedt geen ruimte voor een andere uitleg dan dat het adviesrecht van de GMR ten aanzien van de aanstelling en het ontslag van personeel dat belast is met managementtaken geldt, ook wanneer dit niet voor de meerderheid van de scholen van het bevoegd gezag van belang is.
​Uitspraak d.d. 30 november 2009

3. De zorgplicht rond het adviesrecht (artikel 17 WMS)
Ook als het adviesplichtig besluit reeds is genomen, gelden de voorschriften van artikel 17 WMS. De voorschriften van artikel 17 WMS, ten aanzien van de zorgplicht van het bevoegd gezag indien een besluit om advies moet worden voorgelegd, gelden ook wanneer het bevoegd gezag in afwijking van de WMS ten tijde van de adviesaanvraag reeds een besluit heeft genomen. Uitspraak d.d. 19 november 2009 inzake 104268

4. Het begrip “onderwijstijd” (artikel 13 onder h WMS)
​Voor het begrip “onderwijstijd” gelden de criteria ter voldoening van de urennorm in het VO. De Commissie sluit voor het begrip “onderwijstijd” aan bij de bewoordingen van de brief van de minister en de staatssecretaris van OCW van 7 september 2006 (TK 2005-2006, 27451, nr. 60): het moet gaan om begeleid onderwijs, het onderwijs moet deel uitmaken van het door de school geplande en voor alle leerlingen van een bepaalde stroom verplichte onderwijsprogramma en het onderwijs moet onder verantwoordelijkheid van een leraar worden verzorgd, die op grond van de wet met die werkzaamheden mag worden belast. Activiteiten die aan die criteria voldoen, kunnen worden gerekend tot de onderwijstijd. Uitspraak 23 juni 2009 inzake 104123

5. De bevoegdheid van het ouderdeel voor het indienen van interpretatiegeschillen (artikel 37 WMS)
​Sedert de inwerkingtreding van de WMS per 1 januari 2008 kunnen niet alleen MR-en maar ook geledingen in de MR en deelraden een interpretatiegeschil aan de Commissie voorleggen. De Commissie heeft een aantal uitspraken gedaan over die bevoegdheid van een geleding. In haar uitspraak van 10 juli 2008 inzake geschil 08.014 heeft de Commissie geoordeeld dat een geleding van de MR een interpretatiegeschil aan de Commissie kan voorleggen, ook als die interpretatie betrekking heeft op een vraag over de bevoegdheid van de MR en de MR niet zelf een zodanig geschil aan de Commissie voorlegt.

In haar uitspraak van 12 juni 2008 inzake 08.015 oordeelde de Commissie dat ook het leerlingdeel in de MR zelfstandig een interpretatiegeschil aan de Commissie voor kan leggen, met name als het verschil van mening de uitoefening van de zelfstandige instemmingbevoegdheden in de MR en de GMR als achtergrond heeft. De Commissie heeft deze lijn verder uitgewerkt ten aanzien van de bevoegdheid van het ouderdeel van een deelraad.

Ook het ouderdeel van een deelraad kan een interpretatiegeschil indienen
Het ouderdeel van de deelraad van een VO-school had aan de Commissie een interpretatiegeschil voorgelegd met betrekking tot zijn zelfstandige instemmingsbevoegdheid ten aanzien van de bestemming van de ouderbijdragen (artikel 14 lid 2 onder c WMS). De Commissie achtte het ouderdeel ontvankelijk in zijn verzoek. Uitspraak d.d. 7 december 2009 inzake 104276

2008

1. Een geleding in de MR kan een interpretatiegeschil indienen over de bevoegdheid van de MR (artikel 37 WMS)
De meeste interpretatiegeschillen gaan over de vraag of een bepaald medezeggenschapsorgaan al dan niet instemmingsrecht of adviesrecht heeft ten aanzien van een concreet voorgenomen besluit van het bevoegd gezag. De Commissie zag zich gesteld voor de vraag of een geleding van de MR een interpretatiegeschil aan de Commissie kan voorleggen over de bevoegdheid van de MR terwijl de MR niet zelf een interpretatiegeschil over haar eigen bevoegdheid aan de Commissie voorlegt. De Commissie heeft die vraag positief beantwoord in een interpretatiegeschil dat door de oudergeleding van de MR was ingediend. Het geschil had betrekking op het besluit van het bevoegd gezag van een basisschool om een groep leerlingen van een andere school die gesloten zou worden, toe te laten tot de school. Het bevoegd gezag had dit besluit genomen zonder de MR voorafgaand om advies of instemming te vragen. De oudergeleding en het bevoegd gezag verschilden van mening over de vraag of de MR hierover adviesrecht had.

Hoewel de bepalingen van de WMS waarop de oudergeleding zich voor de Commissie beriep, niet ressorteerden onder een bevoegdheid van de oudergeleding, heeft de Commissie in haar uitspraak geoordeeld dat de oudergeleding ontvankelijk was in haar verzoek om interpretatie van die bepalingen. De WMS staat niet aan de ontvankelijkheid van de oudergeleding in de weg en de oudergeleding kan belang hebben bij de interpretatie van bepalingen die de bevoegdheid van de MR betreffen. Uitspraak d.d. 10 juli 2008 geschil 08.014

2. De belangen van het leerlingdeel in de MR en de GMR moeten verzekerd zijn (artikel 14 lid 3 en 41 lid 1 en 2 WMS)
​Nieuw in de WMS is dat het leerlingdeel afzonderlijk van het ouderdeel in de MR eigen instemmingsbevoegdheden heeft (artikel 14 lid 3 WMS). De Commissie oordeelde dat een leerlingdeel in de MR zelfstandig een interpretatiegeschil aan de Commissie voor kan leggen, met name als het verschil van mening de uitoefening van zijn zelfstandige instemmingbevoegdheden in MR en GMR als achtergrond heeft. Een leerlingdeel in de MR was het er niet mee eens dat van de GMR geen leerlingen lid waren vanwege het feit dat er na de invoering van de WMS nog steeds geen nieuwe GMR-verkiezingen gehouden waren. Het bevoegd gezag meende dat het op grond van artikel 41 lid 2 WMS tot 1 augustus 2008 de tijd had voor de vaststelling van een nieuw GMR-reglement en de daarop volgende verkiezingen voor de GMR. Volgens de Commissie hebben leerlingen door de drastische uitbreiding van de bevoegdheden van het leerlingdeel een groot belang bij het tot stand komen van een eigenstandige positie bij de samenstelling van de (G)MR. Het bevoegd gezag had de plicht actief gebruik te maken van de mogelijkheden die de WMS en het bestaande reglement bieden om te verzekeren dat zo veel als mogelijk sprake is van medezeggenschap in overeenstemming met de WMS. De bepalingen in het GMR-reglement hadden niet aan het uitschrijven van nieuwe GMR-verkiezingen in de weg hoeven staan. Uitspraak d.d.12 juni 2008 geschil 08.015

3. Medezeggenschapsrechten zijn van dwingend recht
De medezeggenschapsrechten van de MR vormen op grond van de WMS dwingend recht. Daarvan kan niet in het algemeen voor de toekomst afstand gedaan worden. Afstand van het recht op instemming of advies kan slechts plaatsvinden in een concreet geval en vereist een uitdrukkelijke en duidelijke verklaring van de MR dat hij in dat concrete geval afziet van zijn recht op instemming of advies. Uitspraak d.d. 13 oktober 2008 geschil 08.019

4. De MR heeft adviesrecht ten aanzien van het concrete ontslag van de directeur en het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de directeur (artikel 11 aanhef en onder h WMS)
In de geschillen voor de Commissie is een aantal malen het ontslag van de directeur aan de orde geweest. De Commissie heeft uitgesproken dat het adviesrecht van de MR ten aanzien van besluiten tot de aanstelling en het ontslag van de schoolleiding, het concrete besluit tot aanstelling of ontslag van een schoolleider betreft. In artikel 11 onder h WMS ontbreekt immers het woord ‘beleid’ dat in veel andere onderdelen van de artikelen 10 tot en met 14 WMS wel voorkomt Ook het verzoek van het bevoegd gezag aan de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de schoolleider, valt onder dit adviesrecht van de MR. Uitspraak d.d. 3 juli 2008 geschil 08.011

5. Achteraf ongevraagd uitgebracht advies kan niet leiden tot een adviesgeschil
In een geval waarin de MR en het bevoegd gezag reeds vóór de indiening door het bevoegd gezag van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van de directeur, van mening verschilden over de vraag of aan de MR adviesrecht toekwam, bracht de MR ná de ontbinding van de arbeidsovereenkomst ongevraagd negatief advies uit. Vervolgens diende de MR daarover een interpretatiegeschil in en voor zover de Commissie zou oordelen dat er sprake was van adviesrecht, diende hij ook een adviesgeschil in. De Commissie oordeelde dat het systeem van geschillenbeslechting van de WMS met zich meebrengt dat in het geval een bevoegd gezag geen advies vraagt over een voorgenomen besluit, terwijl de MR van mening is dat dit wel dient te gebeuren, de WMS de mogelijkheid kent van een interpretatiegeschil. Voorts kan de MR zich daarnaast of in plaats daarvan tot de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam wenden met een vordering tot nakoming van de WMS. Door het uitbrengen van het ongevraagd advies kan niet een adviesgeschil op grond van artikel 34 WMS bij de Commissie gecreëerd worden. Het bevoegd gezag is weliswaar verplicht op voorstellen van de MR zoals bedoeld in artikel 6 lid 2 WMS schriftelijk en met redenen omkleed te reageren, maar niet in de vorm van een voorstel. Uitspraak d.d. 3 juli 2008 geschil 08.011

6. Ongemotiveerd instemming weigeren is niet redelijk
De onthouding van instemming dient gemotiveerd te zijn. De Commissie achtte het niet redelijk dat de PMR een na overleg gewijzigd voorstel afwees met de enkele mededeling dat de meerderheid van de PMR niet instemde. Het ligt op de weg van de PMR om reëel overleg te voeren hetgeen er redelijkerwijze toe had moeten leiden dat de PMR duidelijk aangaf om welke redenen hij niet met het gewijzigde en gemotiveerde voorstel instemde. Omdat dit niet was gebeurd, oordeelde de Commissie dat de PMR niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming had kunnen komen. Uitspraak d.d. 26 juni 2008 geschil 08.013

7. De betekenis van het beleid m.b.t. personeelsbeoordeling moet duidelijk zijn (artikel 12 lid 1 onder i WMS)
Aan de Commissie is de vraag voorgelegd of onder het beleid ten aanzien van personeelsbeoordeling, waarvoor de PMR instemmingrecht heeft, mede bepaalde instrumenten gerekend moeten worden, zoals een standaard beoordelingsformulier, omgevingsonderzoek, leerlingenquêtes, verslagen van werk- of lesobservaties en gespreksverslagen. De Commissie oordeelde dat de betekenis van het beleid voor de uitkomsten van het beoordelingsproces voldoende duidelijk moet zijn. Daarom dient onder de aangelegenheid ‘beleid ten aanzien van personeelsbeoordeling’ mede verstaan te worden de te beoordelen aspecten van het functioneren van de werknemer, de criteria aan de hand waarvan de in het beleid in te zetten instrumenten worden vastgesteld en gebruikt en evenzeer wat het onderlinge gewicht van de op grond van de instrumenten verkregen informatie is. Uitspraak 6 mei 2008 geschil 08.001

8. Voorzieningen ten behoeve van leerlingen staan los van het onderwijsprogramma (artikel 13 onder d WMS)
Van voorzieningen ten behoeve van de leerlingen, waarvoor de oudergeleding instemmingrecht heeft, is alleen sprake als de voorziening uitsluitend of nagenoeg uitsluitend van belang is voor de leerlingen (en hun ouders), terwijl daarvan geen sprake is als de voorziening rechtstreeks en onlosmakelijk verband houdt met (de uitvoering van) het onderwijsprogramma. De inrichting van het overblijven is te beschouwen als een voorziening ten behoeve van de leerlingen. Als een besluit uitsluitend gevolgen heeft voor de praktische invulling van het overblijven, is het niet aan te merken als een wijziging van het beleid ten aanzien van het overblijven. Uitspraak d.d. 12 juni 2008 geschil 08.016

9. Een jaarlijks personeelsboekje is een werkreglement voor het personeel en een opzet en inrichting van het werkoverleg (artikel 12 lid 1 onder d WMS)
Een personeelsboekje dat jaarlijks voor de school wordt vastgesteld en waarin diverse binnen de school geldende regels, afspraken en protocollen zijn samengevoegd, bevat volgens de Commissie een regeling van de aspecten op het gebied van het werkoverleg en een regeling van andere rechten en plichten van het personeel op velerlei gebied. Het is een formeel document dat onder de reikwijdte van de aangelegenheid ‘werkreglement voor het personeel’ valt. Dit betekent dat de PMR instemmingsrecht heeft. De vermelding in het boekje van bepalingen die op grond van de wet, de CAO of een andere regeling geldend zijn, vallen buiten het instemmingsrecht van de PMR. Dit geldt evenzeer voor in het boekje vermelde feitelijke gegevens, zoals namen en functies, die geen rechten en plichten (willen) geven. Uitspraak d.d. 2 juni 2008 geschil 08.004