Thema: Onderscheid tussen MR-vergadering en overlegvergadering

11. De overlegpartner is geen adviseur

Aangezien de overlegpartner namens het schoolbestuur advies of instemming vraagt van de MR, kan hij niet tevens optreden als adviseur van de MR. 

Achtergrond:
Uit de evaluatie van de WMS blijkt dat de schoolleider nog te vaak een dominante positie inneemt in het krachtenveld van medezeggenschap. In enkele gevallen wordt hij nog gezien als automatisch en ongekozen lid van de MR, wat wettelijk niet kan, en 46 procent van de deelnemers aan het onderzoek zien hem als adviseur van de MR. Dat hindert het tegenwicht dat een MR moet bieden aan het schoolbestuur. 

Dat de overlegpartner van de MR niet tevens kan optreden als adviseur van de raad is logisch: de overlegpartner vraagt immers namens het schoolbestuur bij allerlei besluiten om advies of instemming van de MR, niet andersom. De overlegpartner kan wel voorstellen verduidelijken door nadere informatie en argumenten te verstrekken. Maar advisering over de inhoud van de reactie van de MR veegt de bedoeling van medezeggenschap van tafel. 

Wel kan de raad externe deskundigen uitnodigen voor de MR-vergadering, of deskundigen vanuit zijn eigen achterban, om tot een standpunt te komen. 

12. De MR vergadert met én zonder overlegpartner

De MR vergadert zonder overlegpartner en andere vertegenwoordigers van het schoolbestuur om voorstellen te bespreken, vragen voor te bereiden en meningen uit te wisselen. Dit noemen we de MR-vergadering. 

De MR vergadert met de overlegpartner om antwoorden op vragen te krijgen, informatie uit wisselen, adviezen te bespreken en een standpunt voor te bereiden. Dit noemen we de overlegvergadering. 

Na afronding van de besprekingen zet de MR zijn instemmings- of adviesreactie op schrift. 

Achtergrond:
Dit advies ‘goede medezeggenschap’ adviseert steeds duidelijk onderscheid te maken tussen vergaderingen van de raad met en zonder vertegenwoordiger van het schoolbestuur. Zowel de raad als zijn overlegpartner dragen er zorg voor dat dit onderscheid tussen beide vergaderingen wordt gerealiseerd. De termen in dit advies zijn geïnspireerd op de Wet op de Ondernemingsraden, die de logische oplossing biedt voor dit type overleg tussen werkgever en werknemersvertegenwoordiging. 

De MR-vergadering is net als de OR-vergadering de volledige verantwoordelijkheid van de MR zelf. De raad bepaalt inhoud, vorm, frequentie en is verantwoordelijk voor de communicatie rond de vergaderingen. De MR-vergadering vindt plaats buiten aanwezigheid van de overlegpartner en andere vertegenwoordigers van het schoolbestuur. Deze vergaderingen zijn bedoeld om als MR-leden voorstellen van het schoolbestuur of de directie eerst intern te bespreken, om vragen voor te bereiden en om meningen uit te wisselen, dit alles om als MR tot standpunten te komen. Alle MR-leden moeten zich in dit verband altijd vrijelijk kunnen uitspreken. Ongeacht de actuele schoolcultuur, de als prettig ervaren werkwijze en onderlinge verhoudingen, is dit alleen gegarandeerd als de raad ook afzonderlijk bijeen kan komen. De MR kan voor een beter verloop van de eigen besluitvorming een bestuurder of schoolleider uitnodigen om ergens een toelichting op te geven. 

Indien de raad en zijn overlegpartner dit wenselijk achten, kan de overlegvergadering aansluiten op de MR-vergadering. 

De MR-vergadering is geen geheim: het schoolbestuur mag vooraf weten wat er op de agenda staat. In de overlegvergadering verneemt het schoolbestuur tot welke standpunten de MR is gekomen en welke vragen er nog leven. 

13. We houden ons aan de volgende spelregels voor de MR-vergadering

De MR bepaalt het verloop en de openbaarheid van de eigen vergadering. Besprekingen zijn toegankelijk voor de achterban, tenzij de raad anders besluit in het belang van een bepaald agendapunt. De overlegpartner van de raad maakt geen deel uit van de achterban. 

Achtergrond:
De MR bepaalt de orde van de eigen vergadering. Volgens de WMS bevordert de MR de openheid in de school en dat geldt dus ook voor de eigen bijeenkomsten. Deze zullen dan ook veelal openbaar toegankelijk zijn, in ieder geval voor de eigen achterban. De MR kiest hier zelf. Het huidige modelreglement gaat uit van openbaarheid met enkele beperkingen voor bijzondere agendapunten. De openbaarheid is niet verder gespecificeerd, maar het is logisch om deze te laten gelden voor de groeperingen uit de achterban. Wanneer belanghebbende externe partijen of de overlegpartner zouden meeluisteren, bemoeilijkt dit een vrije discussie en afweging om tot standpunten te komen. De MR beslist volgens het modelreglement zelf gemotiveerd over beperkingen van de openbaarheid. 

De overlegpartner van de raad maakt geen deel uit van de achterban, ook al gaat het om een werknemer van de organisatie. In zijn relatie met de raad vertegenwoordigt de overlegpartner immers het schoolbestuur. 

Bij 70 procent van de onderzochte medezeggenschapsraden blijkt de schoolleider vrijwel altijd aanwezig in de MR-vergadering. Een recente uitspraak van de Landelijke Geschillencommissie WMS markeert de lijnen van het speelveld nog maar eens: het schoolbestuur en zijn gemandateerde vertegenwoordiger kunnen geen onbeperkte toegang eisen tot elke MR-bijeenkomst, de leden van de MR kunnen beraad houden in eigen kring. 

14. We houden ons aan de volgende spelregels voor de overlegvergadering

Als gelijkwaardige gesprekspartners kunnen de MR en de overlegpartner elkaar uitnodigen voor overleg. Dit overleg kan betrekking hebben op het verstrekken van toelichting en informatie, meningsvorming en het uitwisselen van standpunten. 

We spreken vooraf samen de agenda af, de status van elk agendapunt en hoe het voorzitterschap gebeurt. 

We beslissen samen over de openbaarheid van de overlegvergadering en de deelname van externe deskundigen en andere betrokkenen. 

Achtergrond:
De MR en het schoolbestuur komen voor een overlegvergadering bijeen als de MR of het schoolbestuur daarom vraagt. De overlegvergadering is gericht op besluitvorming en advisering. De MR en het schoolbestuur regelen samen de inrichting en het verloop van dit overleg. Een agenda-overleg tussen de voorzitter en secretaris van de MR en de vertegenwoordiger van het schoolbestuur blijkt in de praktijk een goed middel. 

Partijen maken samen afspraken over het voorzitterschap van de overlegvergadering. Dit kan de overlegpartner zijn, de voorzitter van de MR, of een onpartijdig technisch voorzitter. Ook bij toerbeurt voorzitten is mogelijk. 

Partijen beslissen gezamenlijk over de openbaarheid van de vergadering. In onderling overleg nodigen zij desgewenst externe deskundigen uit, waarbij zowel de MR als de overlegpartner ook eigen ondersteuning mee kan brengen. De wederpartij mag aanwezigheid van deze externen alleen betwisten met een goede motivering.